Posted by on 8 november 2016

‘Alsof dat een aanbeveling is, die journalistiek van jou’, zei laatst iemand, en het klonk meesmuilend. Maar ik blijf lekker drammen.

Als Don Quichot in een wereld vol clickbait.

Omdat ik oprecht geloof dat je er als contentmaker veel aan kunt hebben, aan de journalistiek. Althans: aan de vaardigheden van goede journalisten. Je gaat er artikelen door schrijven die gevreten worden.

Dus artikelen die mensen niét meteen wegklikken:

  • omdat achter die veelbelovende kop een flinterdun verhaaltje schuilt
  • omdat je tekst kop noch staart heeft
  • omdat ze ontdekken dat ze alwéér in een reclamespot zijn beland

Maar artikelen die ze lezen. Gewoon, van voor tot achter. Van de eerste letter tot de laatste punt. Dat wou je toch? Nou dan.

Laat me het even uitleggen, mijn geloof in journalisten.

Om te beginnen: ik begrijp hem wel, die weerstand tegen ‘de’ journalistiek. Ik zie de lijstjes ook voorbijkomen. De dagbladjournalist die al jaren op rij hekkensluiter is in het rijtje populairste banen. Of, als je dat liever hebt, aanvoerder van het rijtje sléchtste banen.

En dit alarmerende staatje, van het Centraal Bureau voor de Statistiek:

 

vertrouwen-2012-2014-cbs

 

Zie de journalistiek eens lekker onderaan bungelen, naast de kerken. En ónder het bedrijfsleven en de banken, mind you.

Inderdaad, daar word ik niet vrolijk van.

Ik kom bovendien wel eens onder de mensen. En dan hoor ik ze, de opmerkingen over ‘de’ journalistiek. Kort samengevat: de leugen regeert en de media hebben het gedaan. Altijd.

Nou kan ik daar een heleboel tegenin brengen.

Dat shooting the messenger niks nieuws is bijvoorbeeld. Zelfs Sophocles wist al dat het zo werkt.

Dat nieuwsmedia in crisis verkeren – er is nauwelijks geld voor serieuze journalistiek – en sommige zich in hun drang om te overleven dan ook maar op de clickbait storten (geen excuus, wel een verklaring).

Dat veel criticasters, eenmaal wetende hoe afgewogen journalistieke keuzes tot stand komen, hun kritiek even snel weer inslikken.

Maar daar heb jij als contentmaker allemaal niks aan.

En dat hoeft ook niet. Want jij wilt helemaal geen journalist worden. Je hébt al een prachtvak. Het enige dat jij wilt, is daar nóg betere resultaten mee bereiken.

Je hoort mij dus niet beweren dat je journalistiek moet gaan bedrijven. Dat je onvermoeibaar op zoek moet zijn naar De Absolute Waarheid. Of dat je, godbetert, de vuile was van jouw organisatie buiten moet hangen. Dat is jouw taak niet. Jij moet gewoon spullen verkopen. Of diensten. Of overtuigingen.

Denken als een journalist: zo doe je dat

Maar als professional weet je inmiddels dat je het met alleen reclame maken niet meer redt. Je moet aan contentmarketing doen. En aan storytelling. Je moet, kortom, verhalen vertellen. En niet zomaar verhalen, maar geloofwaardige, betrouwbare, ik-weet-waar-ik-het-over-heb-en-ik-kan-jou-helpen-verhalen.

Daar komt de journalist in de ring. Want die kan dat. Niet van nature trouwens – verhalen vertellen is gewoon een ambacht. De meeste journalisten zijn er netjes voor naar school geweest. En dat is fijn, want het betekent dat jij het ook kunt leren.

En zeg nou niet dat jij nooit taalfouten maakt.

Tuurlijk, een beetje goed spellen is óók handig. Maar een goede speller is niet per se een goede schrijver.

Het gaat om de kunst van het vertellen. Om de opbouw van een verhaal. Om de invalshoek die je kiest. Om het onderwerp dat je aansnijdt. Om het perspectief van waaruit je schrijft. Om de bronnen die je raadpleegt. Om de toon die je aanslaat. 

Klinkt ingewikkeld? Ben je bedonderd.

Zo moeilijk is het niet hoor. Het is een techniek. Een manier van denken die je door moet hebben. En moet oefenen. Véél moet oefenen.

Iedereen die iets anders beweert, zit onnodig interessant te doen.

Afijn. Lang verhaal kort: als je echt goede teksten wilt schrijven, kopieer dan wat trucs van journalisten. Zélfs als je een pestpokkenhekel hebt aan ‘de’ journalistiek. Heus, ik snap je. Soms.

 

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg