Posted by on 15 april 2016

Ik was jong en ambitieus en had genoeg moois geschreven om te weten: hier ben ik thuis. Ik voelde me dus een hele vent op de redactie van de grote krant. Ik had maar één probleem: ik was een meisje.


Niet dat ik me aanvankelijk ook maar enigszins bewust was van welk probleem dan ook. Ik stond mijn mannetje. Dat wil zeggen: qua fijne stukjes in de krant deed ik niet onder voor mijn collega’s.

Maar in de ochtendvergadering ging het mis.
‘Misschien zouden we eens aandacht kunnen besteden aan onderwerp X?’, opperde ik.
Gemompel en gebrom rond de tafel.
‘Ik ga aan de slag met onderwerp Y’, zei een collega.
‘Ik maak een flupje op de opening van vandaag’, zei een ander. Een flupje, dat was ons jargon voor follow-up.
‘En ik werp me op onderwerp X’, zei collega E.

Ik keek hem aan. Had hij niet opgelet? Dat onderwerp – mijn onderwerp – was zojuist met een veelzeggend gebrek aan reactie van tafel geveegd.

‘Prima’, zei de chef van dienst, en noteerde onderwerp X op zijn lijstje.

De volgende ochtend gebeurde het opnieuw. En toen nog eens. En nog eens. En elke dag werd ik bozer. Zag dan niemand wat er gebeurde? Kon niemand ideeën-jattende collega E. eens flink op zijn nummer zetten?

Op een avond hing ik thuis op de bank, mokkend over wat mij allemaal werd aangedaan. Ik begreep het niet. Mijn artikelen konden steevast op goedkeuring rekenen; op de kwaliteit van mijn pennenvruchten viel dus weinig aan te merken. Maar op mijn ideeën evenmin – want wat mij niet lukte, lukte collega E. wel: ze ongeschonden door het ochtendoverleg loodsen.

Misschien, peinsde ik, inmiddels iets minder bozig, ligt het aan mijn presentatie?

Ik ging rechtop zitten en speelde in mijn hoofd een doorsnee ochtendvergadering af. En plotseling zag ik het probleem: ik was een meisje. En dat in de mannenwereld van de krant, waar de grappen niet hard genoeg konden zijn en waar je bijna zou vergeten dat je ook nog een voornaam had.

Las ik laatst niet iets over vrouwentaal en mannentaal? Over omzichtigheid en doortastendheid, vraagtekens zetten en punten maken, overleggen en beslissen? En over hoe heerlijk dat allemaal langs elkaar heen communiceerde en elkaar niet begreep?

En daar, op die bank, schafte ik stante pede het vraagteken af. Ik kieperde het woord ‘misschien’ uit het raam en ‘zou het wellicht’ ging er achteraan.

‘Ik schrijf vandaag een artikel over onderwerp A’, kondigde ik de volgende ochtend aan, met enigszins bonkend hart om zoveel ongemanierdheid.
‘Prima’, zei de chef van dienst, en noteerde het op zijn lijstje.

 

Dit blog is ook verschenen op de website van het wetenschappelijk programma Begrijpelijke Taal.

 

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg