Posted by on 18 december 2015

‘Me’ is het irritantste woord van 2015. Tenminste, wanneer het wordt gebruikt als bezittelijk voornaamwoord, dus in plaats van ‘mijn’. Mijn nummer 1 op de lijst van irritant is ‘collegaatje’. Woest word ik van dat woord.

Een collegaatje is altijd een vrouw. Ze heeft geen baan, maar een baantje. Je hoeft haar, kortom, niet serieus te nemen. En het ergste is nog: die boodschap komt altijd van een andere vrouw. Geen man haalt het in zijn hoofd om een collega ‘collegaatje’ te noemen.

Mijn gemijmer over zulke ergernissen bracht me tot de vraag: waarom gebruiken wij Nederlanders eigenlijk zo veel verkleinwoorden? Waarom drinken we een wijntje, een biertje en, jawel, een koffietje? Waarom pakken we een museumpje?

Waarom omschrijven we geluk als huisje, boompje, beestje?

Wij Nederlanders maken niet alleen woorden kleiner, maar ook hun betekenis.

Zoals een collegaatje nooit een bedreiging zal zijn voor wiens carrière dan ook, zo is degene die een biertje drinkt niet iemand die we ervan moeten verdenken zich klem te zuipen.

Dat koffietje, wees maar niet bang, leidt niet tot serieuze gesprekken; het is gewoon gezéllig. Trouwens, gezellig is nog véél gezelliger als het gezelligjes is.

En dat museumpje? Nou ja, we zijn heus geen cultuurbarbaren. Maar laten we de dingen niet groter maken dan ze zijn.

Intussen lijkt het allemaal wel pais en vree met die verkleinwoorden, maar pas op: ze zijn geniepig.

Begrijpen we ze wel altijd zoals ze zijn bedoeld? Iemand ‘collegaatje’ noemen is natuurlijk een regelrechte belediging. Maar de onnozelaar die het woord gebruikt bedoélt het meestal liefkozend.

Anderzijds: in ‘zeg, mannetje’ valt juist met de beste wil van de wereld geen respect te bespeuren. Spreek je je baas aan met ‘baas’, dan geef je blijk van een zeker dedain, terwijl de hond van zijn ‘baasje’ niets heeft te vrezen.

Een notoire klager op z’n nummer zetten doe je subtiel met de vraag ‘Dat is voor jou wel een dingetje, hè?’

Tot slot: sommige verkleinwoorden kunnen er zelf ook niks aan doen. Ze worden zo geboren. Het meisje bijvoorbeeld. Het akkefietje. O ja, en het moetje.

 

Dit blog is ook verschenen op de website van het wetenschappelijk programma Begrijpelijke Taal.

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg