Posted by on 2 februari 2017

Vind je het moeilijk om van een interview een levendig artikel te maken? Hier zijn vier essentiële tips waarmee het zeker lukt.

Ooit las ik Opzij. Nu niet meer. Ik ben er mee gestopt, jaren geleden al, omdat ik me zo ergerde aan de opzet van de meeste grote interviews.

Die zag er zo uit.

Journalist opent het tuinhekje bij de woning van de interview-kandidaat. Deze dame staat al met een uitnodigende glimlach in de deuropening. Binnen wachten verse koffie en warme appeltaart. De journalist komt eigenlijk om te praten over het glazen plafond / alledaags seksisme / vrouwenbesnijdenis / dubbele belasting (doorhalen wat niet van toepassing is), maar al gauw gaat het aan de keukentafel vooral over de koetjes en kalfjes en ditjes en datjes uit het leven van de interview-kandidaat.

Tussen mij en zo’n artikel kwam het niet meer goed.

Het beloofde mij kennis en inzicht, of op z’n minst een niet al te alledaagse mening, over het glazen plafond / alledaags seksisme / vrouwenbesnijdenis / dubbele belasting. Maar het liet mij in plaats daarvan teleurgesteld achter. Ik zat niet te wachten op ditjes en datjes. Ik haakte af.

O, ik begreep wel wat de journalist wou bereiken. Ze wilde voorkomen dat ik mij zou vervelen met een al te feitelijke verhandeling over het glazen plafond / alledaags seksisme / vrouwenbesnijdenis / dubbele belasting. Ik las tenslotte geen wetenschappelijk tijdschrift, maar een publieksblad.

Er moest dus leven in de brouwerij. Er moest een mens van vlees en bloed aan het woord.

Een nobel streven. Het juiste streven.

Lezers zijn namelijk gek op verhalen over echte mensen. Ze willen zich herkennen in zo’n persoon – of zich verwonderen over het feit dat ze hem niet herkennen. Ze willen alles weten over de tegenslagen op zijn pad, en hoe hij die met volharding overwon. Ze willen weten waar hij bang voor is, en hoe hij desondanks de dingen doet waar ook zij stiekem van dromen.

Maar als je me een artikel belooft over het glazen plafond / alledaags seksisme / vrouwenbesnijdenis / dubbele belasting, dan wil ik dáár dus vooral over lezen. Of, in geval van een interview, iemands visie op dat onderwerp.

En tenzij het Donald Trump is die een journalist opwacht met warme appeltaart, hoef ik het niet te weten.

Het is dus Opzij dat me, in een grijs verleden, heeft geleerd hoe belangrijk het is om feiten en observaties in de juiste verhouding te mengen. Door me te laten zien hoe het niet moest. Ik neem aan dat het blad zijn leven inmiddels heeft gebeterd, maar hoe dan ook: ik ben het nog steeds dankbaar voor de lessen van weleer.

Dus. Hoe pak je dat aan, een mens van vlees en bloed in je artikel stoppen, maar zónder blabla?

Ik denk dat dat ongeveer zo gaat.

1. Houd je doel voor ogen

Bepaal vooraf wat voor artikel je wilt schrijven, en waarom. En vooral: houd je daaraan.

Stel, mevrouw X heeft een boek geschreven over de dubbele belasting van vrouwen. Je gaat haar interviewen. Je kunt nu twee kanten op.

  1.  Je bent uit op een artikel over de visie van mevrouw X op dubbele belasting. Maak dát dan tot onderwerp van gesprek. En niets anders.
  2. Je wilt een portret van mevrouw X, om te laten zien hoe zij is gekomen tot de inzichten die zij verwoordt in haar boek. Dan ben je op zoek naar bepalende voorbeelden uit haar leven. Zoom daar op in.

2. Er valt geen mus van het dak…

Je doel voor ogen houden doe je niet alleen als het om de grote lijn van een verhaal gaat. Je gebruikt er ook details voor.

Schrijver W.F. Hermans noemde een roman doelgericht als er ‘bij wijze van spreken geen mus van het dak valt, zonder dat het een gevolg heeft en waarin dit alleen geen gevolg mag hebben, wanneer het de bedoeling van de auteur geweest is, te betogen dát het in zijn wereld geen gevolg heeft als er mussen van daken vallen. Maar alleen dan.’

Met andere woorden: details zijn er om de teneur van je artikel te ondersteunen.

Dat mevrouw X appeltaart heeft gebakken, is geweldig gastvrij, maar niet meer dan dat. Het doet voor je artikel dus niet ter zake.

Wél interessant is het als mevrouw X, die zo slecht te spreken is over de dubbele belasting van vrouwen, het interview telkens moet onderbreken omdat haar echtgenoot, in de kamer ernaast, haar voor allerlei wissewasjes bij zich roept – en zij daar gehoor aan geeft.

3. Een interview is geen gesprek

Yep, ik ken ze ook, de adviezen die zeggen: draai bij een interview geen vragenlijstje af, maar voer een gesprek. Het zijn goede adviezen, want een interview waarin je aan een vragenlijstje vast zit, dat wordt nooit wat. Het komt niet tot leven.

Want terwijl je interview-kandidaat praat, ben jij alweer bezig met de volgende vraag op je lijstje. En dus luister je niet. En hoor je niet dat hij iets interessants zegt waarop je kunt inhaken.

Maar toch: een interview is geen gesprek. Althans, geen gelijkwaardig gesprek.

Het is een vraaggesprek, waarin jij een doel nastreeft. Namelijk: de informatie verkrijgen die je nodig hebt om dát verhaal te schrijven waarvoor je was gekomen. Zorg er dus voor dat jullie niet te ver afdwalen. Houd je doel in de gaten. Durf te vragen om concrete antwoorden. Kortom: houd de regie.

4. Ook jij bent een mens

Ik heb een grondige hekel aan artikelen waarin journalisten zelf de hoofdrol spelen. Het is reuze hip, die zogeheten ego-journalistiek, maar ik vind het vaak een gemakzuchtig trucje.

De eerste regel in communicatie is namelijk: het gaat niet over jou. Jij bent niet belangrijk. Je onderwerp is belangrijk. Aan jou de taak om dat zo goed mogelijk over het voetlicht te brengen. In een dienende rol. Op de achtergrond. Buiten beeld.

Als het aan mij ligt, kom je als schrijver in principe niet in je artikel voor. Maar dat wil niet zeggen dat je geen stem hebt. Want ook jij bent een mens.

In elke observatie die je neerpent, klinkt jouw stem door. Alleen al de keuze om juist die ene observatie in je artikel te verwerken, zegt iets over jou. Vervolgens is je woordkeuze veelzeggend. Net als de toon die je aanslaat. Jouw pen heeft macht: je kunt er iemand mee maken of breken.
5 tips om een interview om zeep te helpen
Denk daarom goed na over je eigen rol ná het interview. Je kunt een neutraal artikel schrijven en de lezer zijn eigen conclusies laten trekken. Je kunt ook je eigen stem laten horen. Dat kan leiden tot een blij verhaal, of, bijvoorbeeld, tot een artikel met een ironische ondertoon.

Zo’n keuze maak je niet omdat je pet daar vandaag toevallig naar staat. Je vraagt je van tevoren af:

  • Wat wil ik hiermee bereiken?
  • Lukt dat op deze manier? Kan het ook anders?
  • Wat zijn de gevolgen?
  • Past dit bij het medium waarvoor ik schrijf?
  • Zit mijn doelgroep hier op te wachten?

Kort en goed: een levendig interview komt eigenlijk al tot stand voordat je met je interview-kandidaat aan die keukentafel zit. Het heeft alles te maken met de keuzes die je maakt. Vooraf. Want als je ze achteraf nog moet maken, sta jij niet aan het roer.