Posted by on 15 mei 2013

Als eindredacteur kom ik nog wel eens teksten tegen waarbij ik de schrijver steeds aan z’n jasje moet trekken: wat bedoel je daarmee? Of: kun je dat niet eenvoudiger zeggen? Of: kan het misschien wat korter?

Andersom komt een enkele keer ook voor. Dan roep ik: ga je nu niet té diep door de knieën voor de lezers? Meestal heeft de schrijver dan geleerd om het simpel te houden. Dat is goed. Maar ook simpel kan lekker informatief zijn.

Veel mensen vinden helder schrijven moeilijk. Maar eigenlijk is het heel eenvoudig. Het belangrijkste waaraan je moet denken is: schrijf het op zoals je het zou zeggen. Dat is een truc die ik ooit op de Academie voor de Journalistiek leerde, en die ik nog steeds toepas.

Meer tips? Hier zijn er een paar.

1. Maak korte zinnen

Een goede zin, zo leerde ik ooit, telt maximaal vijftien woorden. Nou is het natuurlijk overdreven om bij zestien meteen het rode potlood te pakken. Maar het is een goede richtlijn. Enne…. wissel die korte zinnen op z’n tijd af met nóg kortere zinnen. Dan krijgt je tekst een lekker ritme. Goed, een enkele lange zin mag ook. Zolang ‘ie begrijpelijk is tenminste, en in het ritme van de tekst past.

2. Haal een streep door werden en zullen

Zinnen die in de tegenwoordige tijd staan, lezen het gemakkelijkst. Je krijgt er een actieve tekst van. Wat je veel ziet, zijn constructies met ‘werden’: de papieren werden opgeruimd. Beter is: de papieren zijn opgeruimd. Of: zij ruimden de papieren op. Zo’n zin bekt lekkerder. Ander voorbeeld: we zullen de papieren gaan opruimen. Liever niet dus. Maak ervan: we gaan de papieren opruimen. Dat is hetzelfde, maar het klinkt vlotter.

3. Vermijd moeilijke woorden

Moeilijke woorden of uitdrukkingen gebruiken: waarom zou je het doen? Om te laten zien dat je de stof beheerst, of erudiet bent? Kom op zeg. Waar het om gaat, is dat je lezers je begrijpen. Verplaats je dus in hen. Schrijf je voor een algemeen publiek, dan gebruik je andere taal dan wanneer je artikel straks wordt gelezen door vakgenoten.

Bovendien: als je de mist in gaat met je dure taalgebruik, dan ben je meteen je geloofwaardigheid kwijt. Ik moest eens teksten redigeren van iemand die consequent schreef ‘mijn inziens’. Hartstikke fout dus. Duurdoenerij van een wat sneue man, vond ik het. Later kwam ik erachter dat hij ontzettend goed was in zijn vak. Zijn teksten hadden me op het verkeerde been gezet.

4. Check feiten

Niet altijd een taalding, maar wel heel belangrijk. Is Jansen met één s of met twee? Komt de Lindenlaan inderdaad uit bij de gracht? Is Piet nou 37 of 38? Schrijf ik tactisch of taktisch? Controleer dit soort dingen! Het kost even moeite, maar het is het waard. Betrapt een lezer je namelijk op kleine slordigheden, dan kun je het verder wel vergeten. Waarom zou de rest van je verhaal wél kloppen?

5. Wees positief

Daarmee bedoel ik niet dat je alleen een blijde boodschap mag verkondigen. Alsjeblieft zeg. Nee, wat ik bedoel is: formuleer grammaticaal positief. Met andere woorden: houd je verre van de woorden nee, niet en geen. Ze geven een nare bijsmaak. Bovendien maken ze jou als schrijver lui. Als je negatieve grammatica uit de weg gaat, ga je vanzelf creatiever met taal om.

Voorbeelden? Kijk maar naar de tekst die je nu aan het lezen bent.

  • Gebruik geen moeilijke woorden is geworden: vermijd moeilijke woorden.
  • Gebruik geen tangconstructies is geworden: houd je verre van tangconstructies.

6. Zoek naar synoniemen

Probeer te voorkomen dat je hetzelfde woord twee keer in één alinea gebruikt. Dat levert een saaie tekst op. Zoek naar synoniemen, zodat je afwisseling creëert.

Overigens: bij punt 5 zie je het mij ook doen. Omdat ik mezelf heb verboden de constructie gebruik geen te hanteren, moet ik op zoek naar andere manieren om dat te zeggen. Het bracht mij tot uit de weg gaan, vermijden en je verre houden van.

7. Stop met tangconstructies

Met tangconstructies maak je het jezelf als schrijver gemakkelijk. Iedere beginnende schrijver maakt zich er schuldig aan, maar mooi is het niet. Een tangconstructie veroorzaakt vertraging in de zin. Zie het verschil:

  • de in het noorden gelegen stad Groningen
  • de stad Groningen, die in het noorden ligt

Het heet een tangconstructie omdat je het onderwerp van de zin, in dit voorbeeld de stad Groningen, gebruikt om er andere informatie tussen te klemmen.

8. Schrijf alsof je het aan je moeder vertelt

Maar waar moet ik beginnen?! Dat is de wanhoopskreet die onervaren schrijvers maar al te vaak slaken. Nou, zeg ik dan, gewoon. Waar je begint als je een verhaal aan je moeder vertelt.

Stel je voor. Je komt bij je moeder op bezoek en je steekt van wal. ‘De politie is gisteren op de Lindenlaan geweest.’ Zie je hoe je moeder kijkt? Ze denkt: nou én?

Maar zo begin je natuurlijk nooit een verhaal. Je komt bij je moeder binnen en je zegt: ‘Goh mam, moet je nou toch horen. Er is een ongeluk gebeurd op de Lindenlaan.’ Reken maar dat je dan haar aandacht hebt. Met andere woorden: je begint met het belangrijkste. Wat volgt, is uitleg.

☆ Helder schrijven?
Volg de workshop

 

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg