Posted by on 5 december 2016

Een beetje tempo is lekker, ook in teksten. Lezers hebben haast. En ze zijn ongeduldig. Daarom: schrijven is schrappen. En zo doe je het.

Wel eens gehoord van de Elsschotproef? Die is vernoemd naar de Vlaamse schrijver Willem Elsschot. Ze komt hierop neer: laat uit teksten alle woorden weg die niet bijdragen aan wat je wilt zeggen. Godfried Bomans, Nederlands schrijver, paste dat principe toe met de woorden ‘schrijven is schrappen’.

En dan krijg je dit:

schrijven is schrappen

 

‘Schrijven is schrappen’ helpt je om tot de kern te komen.

In de journalistiek is het principe zo’n beetje heilig. De ruimte in de kolommen is schaars – althans: op papier. Toch willen journalisten zoveel mogelijk informatie kwijt. Beknopt schrijven is het antwoord.

Het levert bovendien teksten op waar lezers in een aangenaam tempo doorheen wandelen, en die uitermate concreet zijn. Beter kun je het niet hebben. Mensen hebben nou eenmaal een hekel aan gedraal en vaagheden. Ze lezen een artikel alleen uit, als het duidelijk is. En vlot geschreven.

Er zijn mensen die bezwaar hebben tegen ‘schrijven is schrappen’. Die zeggen drie dingen.

1. Ik hou van barokke taal

Prima. Lees een roman van A.F.Th. van der Heijden. Ik ben ook fan. Maar bespaar lezers van zakelijke teksten zo veel mogelijk franje. Ze hebben haast. Ze zijn ongeduldig. Ze zijn verwend. En ze willen maar één ding: snel de informatie vinden waarnaar ze op zoek zijn. Elk obstakel dat ze onderweg tegenkomen, drijft hen in de armen van de concurrent.

2. Ik hou van lange zinnen

Natuurlijk. Beperk je alsjeblieft niet tot korte zinnen. Daar krijg je staccato klinkende teksten van. Voor een prettig ritme wissel je korte en lange zinnen af. Het ideale gemiddelde ligt op vijftien woorden. Maar zorg er wel voor dat ook een lange zin de essentie weergeeft van wat je wilt zeggen.

3. Ik moet van Google minstens 300 woorden schrijven

Ja, en? Je wou die ruimte toch niet vullen met allerlei wolligheden? Wees blij. Je kunt meer inhoudelijke expertise laten zien.

Afijn. Beknopt schrijven dus. Het is niet gemakkelijk. Sterker: het is moeilijker – en tijdrovender – dan omslachtig schrijven. Want daarmee begint zo’n beetje iedereen. Uit je eerste versie moet je (de cijfers variëren) dertig tot zestig procent wegstrepen om tot een vlotte en concrete tekst te komen. Zelfs ervaren schrijvers moeten schrappen.

Zo maak je een verhaal lekker leesbaar

Maar wat schrap je dan?

Begin maar eens met dit rijtje. Het zijn woorden die meestal niets toevoegen. En die onnodig vertragen. Lezers hebben er geen behoefte aan.

    • Zullen, worden, door
      Ze staan voor passief taalgebruik. Je kunt beter actief schrijven. Dat leest prettiger.
    • Ook, dus, er, om, nog, maar
      Het zijn tussenwerpsels die geen mens mist als je ze weglaat. Sterker: soms zijn ze gewoon fout. ‘Maar’ suggereert bijvoorbeeld een tegenstelling. Die is er vaak niet.
    • Zoals gezegd, uiteindelijk
      Als je iets al gezegd hebt, hoef je het niet te herhalen. Lezers zijn niet gek. En als je artikel duidelijk is opgebouwd, snapt de lezer heus dat hij aan het eind is gekomen.
    • Verschillende, diverse
      Meestal zijn ze niet meer dan vulling, deze woorden. ‘Wij kunnen u drie verschillende opties aanbieden’: het is wel duidelijk dat die opties van elkaar verschillen. Waarom zou je er anders drie hebben? En wat ‘diverse’ betreft: waarom zeg je niet gewoon ‘drie’? Wees concreet.
    • Heel, erg, vreselijk
      Taalversterkers en bijvoeglijk naamwoorden zijn heel erg vreselijk. Ze doen af aan de feitelijkheid van teksten. Bovendien kunnen ze belerend overkomen. Schrijf daarom niet ‘deze fantastische reis’ – lezers maken zelf wel uit of ze de reis fantastisch vinden. En als je tóch een taalversterker gebruikt, doe het dan goed. Je beleefde een ‘heel mooie verjaardag’, niet een ‘hele mooie verjaardag’. Bestaan er ook halve verjaardagen?
    • Vaak, soms, meestal
      Dit soort vaagtaal is een zwaktebod. Je geeft aan dat je het zelf ook niet weet. Of dat je het niet durft te zeggen. Wees concreet waar het kan, en laat achterwege wat je niet kunt onderbouwen.
    • Bekende, beroemde
      ‘De beroemde schrijver Huppeldepup’ wordt meestal gevolgd door een naam waar nog nooit iemand van heeft gehoord. Echt beroemde mensen hebben die kwalificatie niet nodig.

Waarom ik aan mijn oma denk als ik een verhaal schrijf

En dan is er nog ‘kill your darlings’.

Die schrijftip komt uit de koker van de Amerikaanse schrijver William Faulkner, en is iets anders dan ‘schrijven is schrappen’. ‘Kill your darlings’ gaat over het schrappen van hele passages. Het zijn de tekstdelen waar je als schrijver van houdt, waar je trots op bent, maar die niet wezenlijk bijdragen aan een verhaal. Meestal roepen ze bij lezers de gedachte op: ‘Ja, en? Waarom moet ik dat weten?’ Ze halen lezers uit hun concentratie. En dat is wel het laatste dat je als schrijver wilt.

 

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg

 

Vlijmscherp formuleren?

Volg de workshop