Posted by on 16 september 2016

Ik vind reclame meestal geen reclame. Ja, die is diep hè?

Maar zeg nou zelf: je krijgt toch knetterende pijn aan je oren als je tot je laat doordringen wat die reclamejongens en -meisjes op een gezellig tv-avondje allemaal op je afvuren?

‘Dit is Simon. Simon is sinds kort 114 kilo kwijtgeraakt.’

‘Ik was zeer tevreden over een bod wat mij geboden werd.’

‘Krijg jij ook geen genoeg van je favoriete koffie?’

‘Sinds Pantur er is, zijn vrouwen over 40 niet meer bang voor haaruitval.’

Ik bedoel, ik heb het dus niet over zin en onzin van reclame. Over ‘klinisch onderzoek’ als bewijsvoering bijvoorbeeld. Denk daar eens over na. Je doet een proefje in een witbetegelde ruimte en je hebt een klinisch onderzoek. Hoe serieus dat is? Wat de uitkomst is?

Ach, wat kan het schelen.

Je verschaft je commercial een certificaat van echtheid met zo’n suggestie van wetenschappelijke goedkeuring.

Waarom we allemaal van verhalen houden

Nee, ik heb het over de krakkemikkige taal die over ons wordt uitgestort. Simon is sinds kort 114 kilo kwijtgeraakt?!? Het bod wat mij geboden werd?!? Geen genoeg van je favoriet?!? Vrouwen over 40?!?

En dan was er deze nog:

Enfin, als ik op zo’n tv-avond de rillingen over mijn rug voel lopen, vraag ik me oprecht af: reclamemakerts, kunnen jullie nou echt geen fatsoenlijke tekstschrijver inhuren? Hebben jullie nou echt niet door dat dit soort kromtaal je toch al wankele geloofwaardigheid geen goed doet?

Gooien jullie nou echt voor een paar centen je goede naam te grabbel?

Gelukkig zit er een mute-knop op mijn afstandsbediening. Ik gebruik hem veelvuldig. Alleen als de thriller die ik heb uitgekozen maar niet op gang wil komen en ik zo langzamerhand toch wel behoefte krijg aan wat gekriebel langs mijn ruggengraat, laat ik nog een reclameblok toe in mijn woonkamer. Horror verzekerd.

 

Dit blog is ook verschenen op de website van het wetenschappelijk programma Begrijpelijke Taal.

 

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg