Posted by on 27 juni 2016

Verdorie, wat had ik mijn website sexy aangekleed. Intrigerende foto’s, spannende knoppen, een überhippe schermbrede opmaak: het was er allemaal. Wow, dacht ik, en ik glom van trots. Maar niet voor lang.

Want een beetje bedrijfsblind was ik wel toen ik begon met het bouwen van mijn nieuwe website. Die had ik nodig omdat mijn site niet langer alleen als uithangbord dient. Ik wil er een groter publiek mee bereiken. Namelijk: contentmakers in de breedste zin van het woord – van tekstschrijvers en ondernemers via voorlichters tot marketingmanagers. Zij hebben grote behoefte aan journalistieke vaardigheden. En ik wil de mijne nadrukkelijker met hen gaan delen.

Goed, ik aan de slag. Ik werk met WordPress en ben er redelijk handig mee, dus ik onderhoud mijn website zelf. Zo ook toen ik op zoek moest naar een nieuw format.

Vervolgens ging ik finaal de mist in.

Niet dat dat nou direct heel erg duidelijk was. Het zag er allemaal bijzonder professioneel uit. Daar had ik wel voor gezorgd.

Gelikt hoor, zei een van mijn opdrachtgevers dan ook bewonderend.

Wat is ‘ie geweldig!, riep een andere, zwaar onder de indruk.

Enfin, mijn ego kreeg een heerlijke boost.

Gelukkig ken ik de gevaren van gebrek aan afstand. Als je er met je neus bovenop zit, zie je de dwalingen in je werk niet meer. Al helemaal niet als er ook nog emoties aan te pas komen – zoals trots.

Wanneer ik andermans werk beoordeel, is mijn boodschap vaak: kill your darlings.

Dus. Blij als ik was met mijn nieuwe website, had ik gelukkig wél het besef een paar professionals te vragen: wat vinden júllie er nou van?

De antwoorden bevielen me niks.

Ik snap ‘m niet, zei de één. Ik kan dingen niet vinden.

Het is wel véél, zei de ander. Wat wíl je nou eigenlijk?

Slik.

Kijk, dat gebeurt me dus nóóit als ik de website van een ander bedrijf beoordeel. Dan zie ik – de professionele buitenstaander – heel goed wat er allemaal mis is. Zoals bij de laatste site die ik aan een strenge inspectie onderwierp. Die had:

  • te veel knoppen, waardoor bezoekers meteen in de stress schieten: waar moet ik nou héén?
  • slecht beeld, waardoor de boodschap niet overkomt (of, erger nog, de geloofwaardigheid van je bedrijf aantast)
  • een heleboel toeters en bellen (we hébben een slider, dus nou zullen we ‘m gebruiken ook) terwijl je juist rust en autoriteit wilt uitstralen
  • tekst om de tekst: onder elke knop die de bezoeker aanklikt, wacht een nieuwe teleurstelling
  • inconsistentie in taal (de bekendste is het gebruik van u en jij door elkaar) en presentatie (waarom een heel verhaal over A en een krappe alinea over B; ben je niet zo goed in B?)
  • een blog waarop het laatste bericht dateert uit de oertijd (zeg expert, volg jij je vakgebied eigenlijk nog een beetje?)

Oftewel: als je een website bouwt, doe het dan goed. Want zo niet, dan kost dat ding je gewoon geld. Omzet.

Teleurgestelde bezoekers worden nou eenmaal geen klanten. Nooit niet.

Dus daar zat ik, met m’n überhippe website. Er knaagde inmiddels een twijfeltje. Maar wát die geraadpleegde professionals ook zeiden, ik zou ‘m houden. Ik had er tenslotte mijn ziel en zaligheid in gelegd.

Toen zag ik de bezoekcijfers. Die duikelden naar beneden. En uiteindelijk moest ik toegeven: ook ik (wiens vak nota bene communicatie is) ben op z’n tijd gewoon hartstikke bedrijfsblind.

Maar wat had ik nou eigenlijk verwacht? Ik bedoel, het is mijn toko, hè. En ik hou ervan. Ik wil ‘m dus zo sexy maken dat jij er voor valt. En dan ben zelfs ik soms te overdadig met de lippenstift.

Zoals je ziet heb ik mijn website inmiddels teruggebracht tot zijn naakte, natuurlijke staat. En het mooiste is: de bezoekcijfers schieten omhoog. Ik verleid je niet langer met toeters en bellen. Ik verleid je met wat ik te vertellen heb. En dat is kennelijk sexy genoeg.

 

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg