Posted by on 25 maart 2013

De brainstorm is achter de rug. Er ligt een mooie lijst onderwerpen voor je. Maar hoe maak je daar een aantrekkelijk magazine van? Dat is nog niet zo eenvoudig. Daarom hier wat ingrediënten voor een goede basis.

Laatst kreeg ik het relatiemagazine van een middelgroot bedrijf onder ogen. Frisse kleuren, strakke lay-out. Overduidelijk het werk van een professional.

Althans: ooit. Want al bleef de basis overeind, inmiddels viel op fotografie en beeldgebruik wel wat aan te merken. Om nog maar niet te spreken van de inhoud. Het ene na het andere vraag-antwoord-artikel kwam voorbij. En elk intro eindigde ongeveer zo: ‘Wij spraken met….’.

Niet echt een uitnodiging tot verder lezen dus.

Wat bleek? Het bedrijf heeft ooit een bladenmaker ingeschakeld om het blad op poten te zetten. Maar om kosten te besparen, wordt het nu gevuld door Personeelszaken. Ongetwijfeld werken daar mensen die het leuk vinden en hun stinkende best doen. Maar hé, het zijn geen bladenmakers. En dat zie je.

Ik verbaas me altijd over de aanname van bedrijven dat het intern produceren van een magazine goedkoper zou zijn. Dat is natuurlijk niet per definitie zo. Zo’n meneer of mevrouw op Personeelszaken kost immers ook een bepaald bedrag per uur. En hoeveel uur zou er elke maand of elk kwartaal in dat magazine worden gestoken?

Voilà.

Voor hetzelfde geld, of misschien een klein beetje meer, huur je een professional in die van zo’n blad een écht goed visitekaartje voor je bedrijf maakt.

Enfin. Terug naar de beginvraag: hoe maak je met een lijst leuke onderwerpen een aantrekkelijk magazine? Dit is hoe ik het doe.

  1. Voor wie schrijf je?

    Startvraag is natuurlijk: voor wie maak je het blad? Een personeelsblad is iets anders dan een relatiemagazine. En behalve de directeur moet ook de man van de postkamer het leuk vinden. Daar pas je dus je verhalen op aan. En de beeldkeuze. En het taalgebruik.

  2. Wat heb je te vertellen?

    Wat heb je eigenlijk te vertellen? Dat je met een nieuwe cateraar in zee gaat? Tjonge. Dat er een nieuw functiegebouw komt? Geeuw! Ja, natuurlijk houdt dat iedereen bezig. Maar uiteindelijk willen mensen alleen maar weten: wat betekent dat voor mij? Worden de kroketten duurder? Ga ik salaris inleveren? Maak die vragen tot het startpunt van je verhaal. Met andere woorden: het gaat niet om wat jij wilt zeggen, maar om wat de ander wil horen.

  3. Waarom nu?

    Je hebt een interessant idee. Leuk! Maar waarom moet dat nú? Komt hetzelfde onderwerp niet beter tot z’n recht in het decembernummer? Past het met wat dieper nadenken misschien in de feesteditie waarmee je je 25-jarig bestaan viert?

  4. Hoe schrijf je het op?

    Niet de minst belangrijke vraag: hoe komt dit onderwerp het best tot z’n recht? Als kort bericht op de nieuwspagina? Als column? Als beeldreportage? Als luchtig portret? Of toch in een diepgravend interview? En als dat laatste zo is: wie laat je dan aan het woord? De directeur? Een bekende vakgenoot? De man of vrouw van de afdeling Inkoop?

  5. Moet er beeld bij?

    De plaatjes. Moeten die er bij? En zo ja: hoe? Een eenkolommertje kan best zonder beeld, maar misschien trekt het met een fotootje net iets meer aandacht. Een diepte-interview heeft een gezicht nodig, en dan niet weggestopt in een hoekje. Een verhaal over je nieuwe clean desk policy doet het goed met een vrolijke illustratie.

  6. Waar zet je het neer?

    Een goed magazine heeft een ritme. Een afwisseling in verhalen, rubrieken, genres, opmaak. Houd daar rekening mee. Twee grote interviews achter elkaar, dat vraagt te veel van de lezer. Twaalf pagina’s korte berichten: idem dito. Houd het spannend. Wissel tekst af met beeld, speel met typografie. Werk naar een hoogtepunt toe, maar zorg ervoor dat de boel daarna niet als een plumpudding in elkaar zakt. Ook het toetje moet nog lekker zijn.