Posted by on 23 oktober 2015

Het leven van een journalist gaat niet over rozen. Ik help u even uit de droom: mijn beroep bestaat uit heel wat meer dan informatie bij elkaar schrapen en haar zonder dt-fouten op schrift zetten. Eigenlijk ben ik de hele dag met niets anders bezig dan met u. De lezer van mijn artikelen.

Wijlen Jan Blokker, zelf tot het gilde behorend, heeft eens gezegd dat journalisten de grootste opportunisten zijn die op deze aardkloot rondlopen.

Ik moet hem gelijk geven.

Niet alleen zijn wij poeslief tegen iedereen die ons van informatie kan voorzien, ook vertonen wij kameleontisch gedrag bij het schrijven van onze stukken.

Dat laatste noemen we zelf doelgroepdenken.

En daar komt u dus in beeld, beste lezer.

Want het maakt nogal wat uit wie u bent.

De doorsnee inwoner van een regio, die het nieuws uit zijn omgeving wil volgen? Een donateur van een goed doel die zijn clubblad leest? De advocaat die zijn vakliteratuur wil bijhouden? Een 50-plusser die wil weten wat de ellende op de arbeidsmarkt voor hém betekent?

U kent vast deze hippe tegeltjeswijsheid uit communicatieland: ‘Ik ben alleen verantwoordelijk voor wat ik zeg, niet voor wat jij begrijpt.’

In essentie klopt dat natuurlijk. Als u mijn woorden verkeerd uitlegt, is dat niet mijn schuld.

Toch gaat deze ‘wijsheid’ me iets te kort door de bocht. Want ze ontslaat mij van de verantwoordelijkheid om me in u te verplaatsen.

Druk ik me wel zó uit, dat u mij kúnt begrijpen?

De lezer van een regionale krant is moeilijker te duiden dan de lezer van Volkskrant of NRC. In plaats X wonen immers mensen van allerlei pluimage. Bij regionale kranten geldt daarom: schrijf eenvoudig, dan begrijpt iedereen het. 

Een doelgroep van 50-plussers vraagt eigenlijk hetzelfde, met als extra aandachtspunt dat we wegblijven van ultrahippe taal. Vroeger leerden wij journalisten over zo’n divers publiek: mavo-2 moet het kunnen begrijpen.

In uw goededoelenblad wilt u best lezen over de armste mensen op aarde, maar uit de artikelen moet wel hoop spreken. Anders haakt u af. Ergo: de journalist gaat niet zwartgallig lopen doen.

En bent u advocaat, dan wilt u in uw lijfblad lezen dat een procedure ‘in eerste aanleg’ is verloren – want zo práát u ook.

Weet daarom, beste lezer, als u het volgende artikel van mijn hand in krant of tijdschrift leest: ik breng u een ode.

 

Dit artikel is ook verschenen op de website van het wetenschappelijk programma Begrijpelijke Taal.

 

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg