Posted by on 9 april 2014

Zo, wat een fijne beoordeling krijgen Nederlandse communicatieprofs van hun buitenlandse collega’s. Niet dus. Nederlandse professionals zijn ‘weinig klantgericht, niet proactief, en erg op de korte termijn gericht’.

Het cijfer komt niet hoger dan een 6-, en dan zijn de expat-commprofs nog beleefd’, schreef Communicatie Online van de week in het intro van dit artikel. Nou, daar kunnen ze het dan mee doen in de polder – en ja, daar reken ik Amsterdam gewoon bij.

Ik moet eerlijk zeggen: ik moet ook wel eens een zucht onderdrukken als ik met communicatieprofs te maken krijg.

Wat mij het meest opvalt, is dat ze vaak zo volgzaam zijn. ‘De directeur wil het nou eenmaal zo’ – hoor je ze dan stamelend een keuze verdedigen waarvan jij zojuist met 739 ijzersterke argumenten hebt aangetoond dat die niet gaat werken.

Wat mij in zo’n geval stoort, is niet zozeer dat ze mijn advies negeren. Als ik ongelijk heb, ben ik de eerste om dat toe te geven.

Wat wringt is het gebrek aan beroepstrots dat uit zo’n houding spreekt.

Aan de wil om te overtuigen, om daar tijd en energie in te steken, omdat je nou eenmaal een vakidioot bent die weet wat werkt en wat niet werkt en die potjandorie precies daarom door diezelfde directeur aan dat bureau is neergezet. Dat, dus.

Oftewel, ik hoor zo’n communicado nou nooit eens zeggen: ‘Ik heb alle argumenten in het penthouse op tafel gegooid en ze te vuur en te zwaard verdedigd, maar het helpt allemaal niks. We gaan die man binnenkort maar eens een basiscursus communicatie geven, want zo wordt het nooit wat. En nu? Nu doen we het gewoon zoals het wél werkt, want als hij het straks voor zich ziet, dan gaat het licht wel bij hem aan.’

En zo gaat de communicatieprofessional roemloos ten onder. ‘De directeur wil het nou eenmaal zo.’

Zucht.

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg