Posted by on 18 september 2013

Er wordt van alles doodverklaard de laatste tijd. Vooral met algemene publiekstijdschriften en dode-bomenjournalistiek is het nu echt he-le-maal gedaan. Als je de goegemeente mag geloven. Tegelijkertijd geven steeds meer bedrijven een eigen blad uit en horen we om de haverklap dat ‘iedereen journalist’ is.

Bij dat laatste heb ik zo mijn twijfels.

Sterker: ik geloof niet dat het waar is.

Het is fijn hoor, dat bedrijven hun potentiële klanten inmiddels meer serieus nemen. Dat ze minder platte reclame inzetten en steeds vaker kiezen voor contentmarketing. Of storytelling. Of branded journalism. Of hoe het ook allemaal wordt genoemd, die relatiemagazines en nieuwsbrieven en blogberichten.

Het bedrijfsleven ontdekt de kracht van goede communicatie. Eindelijk.

‘Om jezelf in de kijker te spelen, moet je tegenwoordig ook een beetje journalist zijn’, vindt Albert Jan Huisman, marketingdirecteur bij advocatenkantoor Kennedy Van der Laan.

Ik begrijp zo’n uitspraak wel.

Goede content maken vraagt om een journalistieke houding. Zoals het zien van ‘haakjes’ waaraan je je verhaal kunt ophangen. Of je verplaatsen in de ontvanger van je boodschap: wat vindt hij nou écht interessant?

Maar zijn alle contentmakers nu opeens journalist? Ben je bedonderd.

Als het niet zo arrogant klonk, zou ik zeggen: daar is wel wat meer voor nodig. Maar arrogant zijn is wel het laatste dat ik wil. Die houding heeft de journalistiek te lang aangenomen. Met alle gevolgen van dien.

Maar wat ís er dan precies nodig om journalist te zijn?

Nou, informeren natuurlijk. Maar dat willen al die andere contentmakers ook.

Wat de journalist anders maakt, is vooral de wil om het algemeen belang te dienen. En om tegels te lichten. De journalistiek hoort de waakhond van de democratie te zijn.

Daar kun je lacherig over doen, zoals Gyurka Jansen laatst op zijn blog. ‘Intussen liggen de meeste journalisten ook nog eens te versterven op redacties waar ze ook gewoon de geijkte stukjes moeten produceren. Is allemaal niet per se erg, maar of je daar de democratie mee hoedt (die pretentie, sowieso al!) is maar de vraag’, schrijft Gyurka.

Nou moeten puur informatieve stukjes er ook zijn. En inderdaad: het is allemaal niet zo zwart-wit. Duiding wint aan belang, entertainment is binnen de journalistiek geen vies woord meer en de strikte scheidslijn tussen redactie en commercie is niet langer heilig. Allemaal waar.

Ook waar: met alleen de geijkte stukjes van door bezuinigingen murw geslagen journalisten hoed je de democratie niet.

Dat doet echter niets af aan het uitgangspunt: dat dit wel één van de wezenlijke taken van de journalistiek is. Een taak waarover ik me, maar dat is weer een ander verhaal, oprecht zorgen maak.

Lector massamedia en digitalisering Piet Bakker stelt nieuwsmedia op zijn blog een paar vragen die hun wezenlijke waarde verhelderen.

‘Welke wethouders heb je de afgelopen drie maanden laten struikelen? Welke illegale giflozingen gerapporteerd? Welke graaiende bestuurder aan de schandpaal genageld? Welk misbruik van overheidsgeld openbaar gemaakt? Welke hypocriete politicus in een interview laten zweten? Welke baanbrekende reportages geplaatst? Welke dubieuze claims onderuit gehaald?’

Laten we wel wezen: op dit soort dingen zijn contentmakers in de verste verte niet uit. Hoeft ook niet.

Contentmarketing heeft haar eigen bestaansrecht.

Eindelijk slaan bedrijven aan het communiceren met hun klanten, eindelijk wordt de waarde van echt interessante informatie gezien.

En potverdorie, wat kunnen er een hoop mensen goed schrijven! Wat een originele invalshoeken en ideeën komen er voorbij!

Maar toch. Onder de streep willen al die tekstschrijvers – want dat zijn het – maar één ding: meer omzet voor hun organisatie. Ik vind het prima; het is een nobel streven. En goede teksten schrijven is een kunst op zich.

Maar journalistiek, het algemeen belang dienen, dat is toch echt iets anders.

 

Jolenta Weijers is journalist en contentstrateeg